terug naar de startpagina
contactsitemapterug naar de startpagina
terug naar de startpagina
Links & literatuurNieuwsAankopen in de praktijkWaarom milieuzorg ?Over de MIlieukoopwijzer
Verlichting

Verlichting > Lampen > Criteria


Criteria voor milieusparende lampen

Op de Milieukoopwijzer behandelen we enkel de lampen voor binnenverlichting die op het elektriciteitsnet aangesloten kunnen worden.

Meer uitleg over bepaalde begrippen vindt u bij de veelgestelde vragen over lampen

 

Energie-efficiëntie

Bij lampen is de gebruiksfase de fase binnen de levenscyclus met de grootste milieu-impact. Bijgevolg is het energieverbruik een erg belangrijk criterium.

Sinds 1 januari 2001 verplicht de Europese richtlijn 98/11/EC dat lichtbronnen voor huishoudelijk gebruik voorzien moeten zijn van een energielabel gaande van E tot A (sinds september 2009 zijn lampen met een F- en G-label van de markt gehaald). Het energielabel geeft inzicht in de energie-efficiëntie van een lichtbron (lichtopbrengst ten opzichte van het energieverbruik). Het E-label duidt de lampen aan die het meeste energie verbruiken. Een lamp met een A-label is het zuinigst. Gloeilampen en halogeenlampen halen de energie-efficiëntie voor een A-label niet.

Vele ledlampen hebben een vermogen van minder dan 4 watt en moeten bijgevolg niet zo een label dragen. De meeste ledlampen zijn energiezuinig, maar toch bestaan er ook minder energie-efficiënte ledlampen. Om het onderscheid te maken tussen de energiezuinige en de andere ledlampen let je best op de hoeveelheid licht die gegeven wordt per verbruikte energie of met andere woorden het aantal lumen per Watt.

 

Levensduur

Het criterium levensduur bepaalt mee de afvalbesparing . Hoe langer een lamp meegaat, hoe minder er bij het afval terecht komen. Hierbij is ook de handhaving van de lichtstroom belangrijk. De lamp moet gedurende voldoende lange tijd nog voldoende licht geven, anders moet ze voortijdig vervangen worden.
De levensduur van een lamp wordt uitgedrukt in uren.

 

Voorschakelapparaat (ballast)

Fluorescentielampen worden opgestart aan de hand van een voorschakelapparaat of ballast. Door toepassing van een elektronisch in plaats van een conventioneel voorschakelapparaat wordt een energiebesparing behaald van 20 tot 25 %. Op dit moment zijn alle interne voorschakelapparaten al elektronisch, bij de externe bestaan echter zowel conventionele als elektronische voorschakelapparaten.

Ledlampen hebben geen voorschakelapparaat. Daar spreekt men over een aansturing. Dit criterium is dus niet van toepassing op ledlampen.

Zo’n elektronisch voorschakelapparaat biedt nog een aantal voordelen ten opzichte van een conventioneel voorschakelapparaat:

  • De levensduur van de lampen verlengt, waardoor het aantal af te voeren lampen, het aantal nieuwe lampen en de personeelskosten voor de vervanging van de lampen verminderen.
  • De vermindering van de lichtopbrengst van de lampen in functie van de ouderdom is kleiner.
  • Het comfort verbetert door de afwezigheid van flikkerende lampen of hinderlijk zoemende voorschakelapparaten.
  • De fluorescentielampen geven een hogere lichtstroom.

Een extern voorschakelapparaat biedt het milieuvoordeel dat wanneer de lamp stuk is enkel deze moet vervangen worden. Een voorschakelapparaat gaat immers gemiddeld langer mee. Bij compacte fluorescentielampen is het voorschakelapparaat vaak ingebouwd in de voet van de lamp en komen wanneer de lamp stuk is, zowel lamp als voorschakelapparaat bij het afval terecht.

 

Kwikgehalte

Fluorescentielampen bevatten milieuschadelijke stoffen als kwik en fluorescentiepoeders. De nieuwste technologieën maken het echter mogelijk lampen te produceren met een minimale hoeveelheid kwik. Er bestaan zelfs fluorescentielampen waarbij geen vloeibare kwik gebruikt wordt, maar kwikamalgamen. Kwikamalgaam is eigenlijk een vaste vorm van kwik, die niet verdampt.

Om te voorkomen dat kwik na de levensduur van fluorescentielampen in de atmosfeer terecht komt, zijn producenten en invoerders in Europa verplicht om gebruikte fluorescentielampen terug te nemen en te recycleren. Fluorescentielampen zijn klein gevaarlijk afval en horen dus niet bij het restafval thuis.

 

Verpakking

Voor de verpakkingen wordt best karton uit gerecycleerde vezels gebruikt. Door vezels te recycleren wordt zorgvuldiger omgegaan met waardevolle grondstoffen. Bovendien is het productieproces van gerecycleerd papier minder belastend voor het milieu. Het energie- en waterverbruik zijn beperkter en er zijn minder emissies naar het water.

 

Rangorde

Op basis van deze criteria kent de Milieukoopwijzer een rangorde toe aan de lampen. Deze rangorde vindt u hier

 

Meer weten over de achtergrond van deze criteria?

Meer informatie omtrent het hoe en waarom van de criteria vindt u hier

 

Meer weten over verlichting?

 



terug naar boven