 Kantoormateriaal > Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen over kantoormateriaal Welke kleurstoffen zijn te verkiezen?
De voorkeur gaat uit naar kleurstoffen die voldoen aan het speelgoedbesluit. Kleurstoffen zijn chemische verbindingen die kleur geven aan materialen. Twee soorten worden onderscheiden: organische en anorganische. Organische kleurstoffen zijn meestal vrij van zware metalen. Tot deze soort behoren de zogenaamde HMF (Heavy Metal Free) kleurstoffen.
Uitgesloten zijn Anorganische kleurstoffen op basis van schadelijke zware metalen (cadmium, chroom, lood, kwik). Cadmium wordt hoofdzakelijk gebruikt in felle kleurstoffen (geel, oranje en rood) en voor het kleuren van kunststof. Het heeft zowel toxische effecten op de mens als ecotoxische effecten (in het water). Chroom, onder de vorm van chromaten, wordt gebruikt voor verfpigmenten. Hexavalent chroom is giftig. Lood is neurotoxisch voor de mensen wordt onder andere gebruikt in de verfindustrie.
De meest geschikte kleurstoffen zijn deze die voldoen aan de reglementering voor de verpakking van voedingsmiddelen en aan het Speelgoedbesluit. Met het oog op de bescherming van de gezondheid van de kinderen mag de biologische beschikbaarheid ten gevolge van het gebruik van speelgoed, per dag niet hoger liggen dan de volgende streefcijfers:
- antimoon: 0,2 µg
- arsenicum: 0,1 µg
- barium: 25,0 µg
- cadmium: 0,6 µg
- chroom: 0,3 µg
- lood: 0,7 µg
- kwik: 0,5 µg
of de waarden die op basis van wetenschappelijk bewijsmateriaal voor deze of andere stoffen in de wetten en besluiten kunnen worden vastgelegd.
Het speelgoed, alsook viltstiften, kleurpotloden en sommige andere kantoorartikelen, die voldoen aan de normen van het Speelgoedbesluit mogen het EG-merkteken dragen.
Een lijst van additieven (waaronder kleurstoffen) toegelaten in voeding is te vinden op deze site van de federale overheid
Welke oplosmiddelen zijn te verkiezen?
Oplosmiddelen zijn vluchtige vloeistoffen waarin andere stoffen oplossen. Ze worden gebruikt in verven, correctievloeistof, lijmen, viltstiften, kunststoffen en schoonmaakmiddelen. Het ene oplosmiddel is milieuvriendelijker dan het andere.
De voorkeur gaat uit naar water als oplosmiddel. Producten met water als oplosmiddel zijn niet lang houdbaar, zodat bewaarmiddelen moeten toegevoegd worden (zie verder). Op de tweede plaats kan ethanol gebruikt worden. Het is een relatief onschadelijk oplosmiddel.
Alle verdere oplosmiddelen zijn te vermijden. Ze dragen bij tot smogvorming, leveren ademhalingsmoeilijkheden op en tasten het bosbestand aan. Extra gevaarlijk zijn de gechloreerde organische oplosmiddelen (bvb. het kankerverwekkende tetrachloorethyleen). Trichloorethaan is een gehalogeneerde koolwaterstof en is schadelijk bij inademing en opname door de mond (Deze stof is verboden bij wet). Bij gebruik van benzine als oplosmiddel worden meestal brandremmers toegevoegd. De brandremmer halon moet daarbij vermeden worden. Tolueen en xyleen zijn schadelijk bij inademing. Benzeen is giftig bij inademing en aanraking met de huid. Het is een stof met een carcinogene werking.
Welke bewaarmiddelen zijn te verkiezen?
Aangewezen zijn bewaarmiddelen toegelaten in de voeding. Bewaarmiddelen bevatten bij voorkeur geen formaldehyde of gechloreerde fenolen (pentachloorfenol, tetrachloorfenol). Soms worden glycolen (bv. diethyleenglycol), een milieubelastende stof, gebruikt om het uitdrogen van viltstiften tegen te gaan. Bewaarmiddelen als formaldehyde, pentachloorfenol, tetrachloorfenol en parachloormetacresol kunnen leiden tot allergische reacties en astma-aanvallen.
Een lijst van additieven (waaronder bewaarmiddelen) toegelaten in voeding is te vinden op
deze site van de federale overheid
Toegepast bij: stiften, Welke materiaalbehandeling is te verkiezen? Hout kan bewerkt zijn, verduurzaamd of geverfd worden. Het betreft onder andere impregneren en oppervlaktebehandelingen waarbij emissies ontstaan van verschillende milieugevaarlijke stoffen. Ongelakte en ongeverfde houders en andere materialen zijn te verkiezen omdat er geen milieubelastende kleurstoffen en lakken worden gebruikt. Welke energiebron is te verkiezen?
- Eerste keuze: op basis van manuele of mechanische energie
- Tweede keuze: op basis van zonne-energie
- Derde keuze: op netstroom (elektriciteit)
- Vierde keuze: op herlaadbare batterijen
- Uitgesloten: op wegwerpbatterijen
Om manuele of mechanische energie te kunnen gebruiken hoeft geen externe energieproductie en -toevoer georganiseerd te worden. Dit verdient dus de voorkeur. Energie uit hernieuwbare bronnen (zoals zonne- en windenergie) is beter dan energie uit niet-hernieuwbare bronnen (fossiele brandstoffen) of kernenergie. Fossiele brandstoffen hebben eeuwen nodig gehad om te 'rijpen' en zullen bij onverminderd verbruik uitgeput raken. Door fossiele brandstoffen te verbranden om energie op te wekken, komt er bovendien steeds meer CO2 vrij in de atmosfeer. Nucleaire kracht is geen alternatief. Hoe klein de kans op een ongeval ook is, de gevolgen ervan zijn te groot. Trouwens, nergens in het milieu is plaats voor radioactief afval.
Batterijen zijn nadelig op vlak van productie en afval. De productie vraagt veel energie (veel meer dan de batterij bij gebruik oplevert) en veel grondstoffen. De uitstoot van zware metalen heeft in de loop van de jaren een niet te negeren lucht- en watervervuiling teweeggebracht. Bij het storten of verbranden van batterijen komen de zware metalen die erin verwerkt zijn vrij. Herlaadbare batterijen verminderen in dit kader de batterijenafvalberg. Herlaadbare nikkelmetaalhydride batterijen (NiMH) verdienen de voorkeur omdat ze tot 200 à 600 keer herladen kunnen worden. Bovendien bevatten ze minder milieubelastende stoffen dan nikkelcadmium batterijen die 100 à 300 keer herladen kunnen worden. Alkaline batterijen kunnen slechts 100 keer herladen worden.
Wat is de actie Ik Kleur Mijn Schooljaar Groen?
Het Vlaamse, Brussels-Hoofdstedelijke en Waalse Gewest lanceren jaarlijks aan het begin van het schooljaar, in samenwerking met enkele warenhuisketens en talrijke handelszaken, de campagne Ik Kleur Mijn Schooljaar Groen. Het is een intergewestelijke campagne die leerlingen uit de basisscholen aanspoort om milieuvriendelijk schoolgerief aan te kopen bij het begin van het nieuwe schooljaar.
Een schrift in gerecycleerd papier, een map in gerecycleerd karton, een stevig liniaal in hout of metaal, kleurpotloden in ongelakt hout, lijm en viltstiften op basis van water, een sterke vulpen met reservoir, een gom in ongekleurd natuurrubber, een corrector (genre tipp-ex) op basis van water, een drinkbus of boterhammendoos
Voor meer info over de campagne, het educatief materiaal, folder, affiche en de BAS-tips kan u surfen naar www.ovam.be (zie bij educatie) of naar www.ibgebim.be (zie bij informatiecampagnes) Wat zijn de criteria van het FSC-label
FSC is een internationale, onafhankelijke organisatie, zonder winstoogmerk, waarin alle betrokkenen bij verantwoord bosbeheer zijn verenigd. FSC heeft principes voor verantwoord bosbeheer opgesteld, en een certificeringssysteem opgezet om verantwoord bosbeheer te beoordelen. Ook de volledige handelsketen van bos tot aan het eindproduct wordt gecontroleerd. Producten die gemaakt wordt uit hout van duurzaam beheerde bossen en waarvan de herkomst kan aangetoond worden, komen in aanmerking om een FSC label te krijgen.
De beoordeling van het bosbeheer gebeurt op basis van 10 principes en criteria:
- Het bosbeheer moet de nationale wetten evenals internationale afspraken en overeenkomsten, en de principes en criteria van FSC respecteren.
- Het gebruik en eigendom van het bos zijn vastgelegd en rechtsgeldig.
- De rechten en gebruiksrechten van inheemse volkeren worden erkend en gerespecteerd.
- Bosbeheer is gericht op het handhaven of verbeteren van het lange termijn welzijn van bosarbeiders en lokale gemeenschappen in sociale en economische zin.
- De bosproducten en -diensten moeten efficiënt gebruikt worden, opdat de economische, ecologische en sociale voordelen worden veiliggesteld.
- De ecologische functies en biodiversiteit van het bosgebied worden beschermd.
- Er is een duidelijk beheerplan op schrift, waarin doelen en middelen uiteengezet zijn.
- De sociale, economische en ecologische gevolgen van de activiteiten in het bos worden regelmatig gecontroleerd.
- Bossen met hoge natuurwaarde moeten behouden en op hun waarde geschat worden.
- Plantages moeten een aanvulling vormen op natuurlijke bossen, maar mogen natuurlijke bossen niet vervangen en moeten in overeenstemming met principes 1 t/m 9 beheerd worden.
Alle informatie over het FSC-label en duurzaam bosbeheer vindt u hier.

|