terug naar de startpagina
contactsitemapterug naar de startpagina
terug naar de startpagina
Links & literatuurNieuwsAankopen in de praktijkWaarom milieuzorg ?Over de MIlieukoopwijzer
Papier & papierwaren

Papier & papierwaren > Veelgestelde vragen


Zoek in deze lijst:  

Veelgestelde vragen over papier & papierwaren


Wat zijn de criteria van het Blauwe Engel label?

Het Blauwe Engel label voor gerecycleerd papier (RAL-UZ 14) is een Duits keurmerk, uitgaande van het Duitse milieuministerie, dat wordt gecontroleerd door een onafhankelijke instelling. Het Blauwe Engel label geldt als én van de meest degelijke en vergaande milieukeurmerken. De kracht van het label ligt op drie niveau´s:

  • Het combineert zowel strenge technische eisen als milieu-eisen;
  • Het biedt een garantie in twee richtingen voor gebruik op kopieertoestellen (Blauwe Engel kopieertoestellen moeten gegarandeerd goed werken met Blauwe Engel kopieerpapier en vice versa);
  • Het wordt breed gebruikt en aanvaard in de papierindustrie en is tevens probleemloos verkrijgbaar bij de Belgische papiergroothandels. (meer dan 100 producenten verkregen het keurmerk)

De criteria hebben betrekking op de eigenschappen van het papier zelf:

  • 100% vervaardigd uit postconsumptie gerecycleerde vezels
  • Vezels voor minstens 65% uit de onder- en middensoorten
  • De hoeveelheid diisopropylnaphthalene (DIPN) moet zo laag als technologisch mogelijk gehouden worden
  • de hoeveelheid pentachlorophenol mag niet meer dan 0,15mg/kg zijn
  • Geen gebruik van bepaalde azo-kleurstoffen
  • Geen pigmenten met kwik, lood, cadmium of chroom VI
  • Bij de behandeling van oud papier is gebruik van chloor, halogeenverbindingen of moeilijk afbreekbare complexvormende middelen (vb. EDTA of DTPA) en optische witmakers niet toegelaten
  • Geen gebruik van schadelijke, mutagene, teratogene, toxische of carcinogene stoffen
  • Geen gebruik van glyoxal
  • Aan papier bedoeld voor electrofotografische printers worden eisen opgelegd voor de emissie van vluchtige organische stoffen.
  • adhesieven die diisobutyl ftalaat (DIBP) bevatten zijn niet toegelaten
  • Voldoen aan technische eisen die in DIN-normen worden opgelegd
  • Archiveerbaarheid: minstens aan klasse LDK 12-80 volgens norm DIN 6738-92 voldoen.
  • Kindveilig: norm DIN EN 71, deel 3 ´Veiligheid van kinderspeelgoed´


Wat zijn de criteria van het Nordic Swan label?

Het Nordic Swan label is een Scandinavisch keurmerk (uitgaande van overheden in Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland en Denemarken) dat in de eerste plaats betrekking heeft op de milieubelasting van de papierfabriek. Ook dit label wordt gecontroleerd door een onafhankelijke instelling.

Om het label te krijgen, moet de uitstoot van een aantal vervuilende stoffen beneden een bepaalde drempel liggen. Volgende stoffen worden in de beoordeling betrokken (maximale uitstoot varieert per type pulpproductie):

  • Chloor en aanverwante chemische stoffen in het afvalwater (kg AOX/ton papier)
  • Organische vervuiling in het afvalwater (kg COD/ton papier)
  • Fosfor (kg P/ton papier)
  • Stikstofoxiden (kg NOx/ton papier)
  • Zwaveluitstoot in de lucht (kg S/ton papier)

Daarnaast bekijkt het Nordic Swan label nog andere criteria, die gedeeltelijk overlappen met de eisen van Blauwe Engel (vb. in verband met het gebruik van bepaalde chemicaliën die ingezet worden voor het bleken, wassen, schuim afremmen, ontinkten of andere eigenschappen) maar niet altijd (vb. in verband met beperkingen op CO2 uitstoot of het sorteren van afval).

Verder moeten de oorsprong van verse vezels (afkomstig van hout)geverifieerd kunnen worden en mogen ze niet uit bossen komen die om biologische of sociale reden beschermd worden.

Het model van het Nordic Swan label is gebaseerd op het gegeven dat pulp met verschillende samenstelling verschillende emissies heeft in lucht en water. De eisen zijn zo opgesteld dat enkel fabrieken die gebruik maken van de beste pulp er aan voldoen. De emissievereisten zijn gebaseerd op beschikbare informatie binnen de papierindustrie.


Wat zijn de criteria van het Europees Milieukeurmerk (Ecolabel)?

Net als het Nordic Swan label heeft het Europees Milieukeurmerk hoofdzakelijk betrekking op de milieubelasting van de papierfabriek. Het keurmerk gaat uit van de Europese Unie en wordt net als de voorgaande gecontroleerd door een onafhankelijke instelling.

De belangrijkste criteria zijn de volgende:

  • Er worden eisen gesteld naar emissies van Zwavel, NOx en de chemische zuurstofvraag (COD).
  • De AOX-emissies afkomstig van de productie van de pulp mogen de 0,25 kg/ADT niet overschrijden.
  • Verder zijn er bepaling omtrent de emissies van CO2 uit niet hernieuwbare bronnen, het energieverbuik en het brandstofverbruik per ton geproduceerd papier.
  • Nieuwe houtvezels dienen afkomstig te zijn van duurzaam beheerde bossen.
  • Chloorgas mag niet als bleekmiddel gebruikt worden
  • Gevaarlijke stoffen (67/548/EEG), stoffen met risicozinnen R50 (zeer giftig voor in het water levende organismen) en R53 (kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijk effecten veroorzaken) mogen niet gebruikt worden
  • Op de verpakking moet informatie staan in verband met het Europees Milieukeur

Het Europees Milieukeurmerk kan voorkomen op kopieerpapier en grafisch papier, daar de eisenbundel van dat keurmerk enkel daarvoor werd uitgewerkt en niet voor andere papierwaren geldt.


Wat is het FSC label?

FSC, de Forest Stewardship Council, is een internationale, onafhankelijke, niet-gouvernementele non-profitorganisatie. Zij werd in 1993 opgericht door boseigenaars, bedrijven uit de houtsector, sociale bewegingen en milieuorganisaties, en streeft naar verantwoord bosbeheer wereldwijd. Op het ogenblik is FSC het enige label voor boscertificering dat de steun krijgt van alle milieugroeperingen.

FSC zet aan tot verantwoord bosbeheer door middel van:

  • boscertificering volgens een aantal strikte principes en criteria
  • labelling van het hout afkomstig uit deze bossen

FSC heeft een lijst opgesteld van 10 algemene principes voor verantwoord bosbeheer. Deze gelden voor alle bostypen: tropisch, boreaal, gematigd maar ook voor plantages. Wel worden ze steeds aan de plaatselijke situatie aangepast door een nationale of regionale FSC-werkgroep.

  1. Het bosbeheer moet de nationale wetten, internationale verdragen en de principes en criteria van FSC respecteren.
  2. De eigendoms- en gebruiksrechten m.b.t. het bos moeten duidelijk gekend en wettelijk gedocumenteerd zijn.
  3. De wettelijke- en gebruiksrechten van inheemse volkeren op hun land en grondstoffen moeten worden gerespecteerd.
  4. Het bosbeheer moet het sociale en economische welzijn van bosarbeiders en lokale gemeenschappen op lange termijn te verzekeren
  5. Het bosbeheer moet een effici�nt gebruik stimuleren van de bosproducten en �diensten, om de ecologische en economische productiviteit te vrijwaren.
  6. De ecologische functies en biodiversiteit van het bos worden beschermd.
  7. Er wordt een bosbeheerplan met duidelijk omschreven doelstellingen en middelen opgesteld.
  8. Er vinden regelmatig evaluaties van het bosbeheer plaats.
  9. Bossen met een een hoge beschermingswaarde moeten behouden worden (bv. bossen met een bijzondere natuurlijke rijkdom of van groot cultureel of religieus belang). Bij het beheer ervan moet men steeds uitgaan van het voorzorgsprincipe.
  10. Plantages moeten een aanvulling vormen op natuurlijke bossen, maar mogen deze niet vervangen. Zij moeten de druk op natuurlijke bossen verminderen en hun herstel en bescherming bevorderen. De principes 1 tot 9 gelden ook voor plantages.

FSC is dus een keurmerk. Een FSC-certificaat garandeert dat een bos verantwoord beheerd wordt. Dankzij het FSC-logo kan de consument producten herkennen die afkomstig zijn uit duurzaam beheerde bossen.

Afgewerkte producten, zoals een pak FSC papier, dragen steeds het FSC logo afgebeeld op de verpakking. Hierdoor zijn ze uiteraard gemakkelijk herkenbaar voor de eindconsument. Een overzicht van de verschillende FSC labels en hun betekenis vindt u hieronder.




Geeft aan dat het papier voor 100% bestaat uit vezels afkomstig uit FSC-gecertificeerde bossen. Dit label kom je in de papiersector niet zo veel tegen.






Geeft aan dat het papier slechts voor een deel uit vezels bestaat die afkomstig zijn van FSC-gecertificeerde bossen. De overige vezels zijn afkomstig van gerecycleerde vezels ofwel van vezels uit "gecontroleerde" bronnen. Gecontroleerd bronnen wil zeggen dat de vezels niet afkomstig zijn van illegale kap, niet uit gebieden waar de mensenrechten geschonden worden, niet uit bossen waar de hoge beschermingswaarde van de bossen aangetast wordt, niet uit bossen waar genetisch gemanipuleerde bomen aangeplant worden en niet uit plantages waarvoor natuurlijk bos is omgezet. Meer info vind je hier: www.fsc.org
Soms vind je bij dit label ook een mobiusloop waarin een % staat, dat geeft het % aan postconsumptie vezels aan.





Geeft aan dat het product uit 100% gerecycleerd materiaal bestaat. Er is dus eigenlijk geen directe link tussen het FSCrecycled label en duurzaam bosbeheer, maar indirect draagt dit label natuurlijk wel bij aan het op een duurzame manier omspringen met grondstoffen.





Wat is duurzaam bosbeheer?

Duurzaam (of verantwoord) bosbeheer beantwoordt aan drie eisen:

  • het houdt rekening met het milieu;
  • het eerbiedigt de sociale rechten van de plaatselijke bevolking en van de bosarbeiders;
  • het is economisch leefbaar.

Bij duurzaam bosbeheer gaat het erom een evenwicht te vinden tussen mens en natuur.

Kies bij aankopen voor hout- en papierproducten die afkomstig zijn uit duurzaam beheerde bossen en vraag ook aan je leverancier om deze afkomst te bewijzen. Zo ben je zeker dat de producten die je koopt niet afkomstig zijn van bijvoorbeeld oerbossen of bedreigde natuurgebieden. Zo weet je ook dat de rechten van de plaatselijke bevolking en van de arbeiders gerespecteerd zijn.


Wat is een Chain of Custody?

Een Chain of Custody is een systeem dat toelaat om de herkomst van een product doorheen de volledige productieketen tot aan de grondstof te traceren. Een dergelijk systeem is noodzakelijk om te garanderen dat je bij aankoop van "bosverantwoord" papier ook echt krijgt waarvoor je betaalt. Papier dat deels of helemaal gemaakt wordt uit hout van duurzaam beheerde bossen en waarvan de herkomst kan aangetoond worden, komt in aanmerking om een FSC label te krijgen.


Heeft papier voor drukwerk ook een FSC label?

Halfafgewerkte producten zoals papier voor drukwerk zijn in de praktijk vaak niet voorzien van een FSC label. De garantie bij de aankoop dat het gaat om vezels uit duurzaam beheerde bossen wordt in dit geval gegeven door de informatie op de factuur van de verkoper. Deze verkoper moet dan over een FSC Chain of Custody certificaat beschikken. Dankzij een code op de factuur kan je op de website www.fsc-info.org steeds nagaan of het certificaat van de leverancier of producent nog geldig is. Bij twijfel of eventuele vragen kan je contact opnemen via info@fair-timber.be


Wat is het PEFC label?

PEFC is het Programme for the Endorsement of Forest Certification schemes en werd opgericht op initiatief van boseigenaars uit verschillende Europese landen. PEFC vaardigt regels uit, waarvan de naleving wordt gecontroleerd door onafhankelijke auditeurs. Ook het PEFC label heeft een Chain of Custody (CoC), waarmee de herkomst van het hout getraceerd kan worden. Elk jaar controleert een onafhankelijk certificeringsorganisme of de onderneming voldoet aan de vereisten van de controleketen.

De criteria van het PEFC label zijn:

  • Behoud en aangepaste verbetering van de bosrijkdommen en van hun bijdrage tot de globale koolstofcycli.
  • Behoud van de gezondheid en de vitaliteit van de ecosystemen van bossen.
  • Behoud en bevordering van de productiefuncties van bossen.
  • Behoud, bewaring en aangepaste verbetering van de biologische diversiteit in de ecosystemen van bossen.
  • Behoud en verbetering van de beschermfuncties van het bosbeheer (onder meer water en bodem).
  • Behoud van andere sociaal-economische voordelen en voorwaarden.


Waarom bieden de criteria van het FSC label betere garanties voor een duurzaam bosbeheer dan die van het PEFC label?

PEFC, het Programme for the Endorsement of Forest Certification schemes, is letterlijk vertaald: het programma voor de goedkeuring van nationale certificatiesystemen. PEFC is een paraplu waaronder nationale keurmerken gebundeld worden. En net daar knelt het schoentje: in sommige landen zijn de standaarden niet zo streng als in andere, vooral dan op het vlak van de sociale criteria en de aanwezigheid van bedreigde diersoorten. Enkele landen waar de PEFC certificering van bepaalde bossen controversieel is: Australië, Brazilië, Canada, Finland, Verenigde Staten en Zweden.

Zowel de milieubeweging als de lokale en Vlaamse overheden verkiezen voorlopig om hout- en papierwaren met een FSC label of gelijkwaardig aan te schaffen.

Meer info:

  • Samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse overheid voor steden en gemeenten , handleiding Vaste Stoffen deel 6, sectie 6.2.2 duurzaam geëxploiteerd hout
  • Advies over het federale aankoopbeleid van duurzaam gewonnen hout (Omzendbrief FRDO - Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, 8 juli 2005)


    Wat is het beste: papier dat voldoet aan de criteria van het FSC-label of gerecycleerd papier?

    100% gerecycleerd papier is te verkiezen boven papier dat voldoet aan de criteria van het FSC-label. Hoe minder bomen er geveld worden, hoe beter! Papier dat voldoet aan de criteria van het FSC-label blijft wel een betere keuze dan papier met vezels afkomstig uit niet-duurzaam beheerde bossen.


    Waarom is gerecycleerd papier milieuvriendelijker?

    Vanuit milieuoogpunt is kringlooppapier de beste keuze, en dit volgens diverse criteria:

    • grondstoffen: de vezels zijn afkomstig uit oud papier. Dit spaart hout, vermijdt grondgebruik door boomplantages en helpt de afvalberg verkleinen. Bij wit papier gewonnen uit verse houtpulp, wordt slechts 50% van het hout als grondstof aangewend.
    • bleekmethode: kringlooppapier is altijd (uitzonderingen daargelaten) totaal chloorvrij gebleekt.
    • energie- en chemicaliëngebruik: voor de omzetting van oud papier tot pulp is beduidend minder energie nodig en de vervuilende emissies in lucht en water blijven beperkt, omdat vezels uit oud papier veel gemakkelijker kunnen ontsloten worden.


    Hoe vaak kan je een papiervezel recycleren?

    Papiervezels kunnen meerdere malen (2 tot 5 maal) gerecycleerd worden. Maar elke keer een vezel het recyclageproces ondergaat wordt hij iets korter waardoor hij aan stevigheid inboet. In het recyclageproces worden telkens de kortste vezels weggezeefd en de langste behouden. Bij elke recyclagebeurt zijn er 5 % tot 20 % van de vezels die inkrimpen of stukgaan. Een deel van de vezels zal dus al bij de eerste recyclagebeurt verloren gaan, en andere zullen het misschien ettelijke keren volhouden. Als je de totale cyclus bekijkt van al het recyclagepapier is er dus een instroom nodig van verse vezels. Als deze verse vezels afkomstig zijn van duurzaam beheerde bossen, is de milieusparende cirkel rond.



























    In de huidige context komen verse vezels meer dan voldoende de cyclus binnen, hoofdzakelijk via de grafische papieren (kopieerpapier, tijdschrijften, allerlei publicaties), maar de industrie voegt ook verse vezels toe aan krantenpapier, huishoudelijk papier en karton. Elke papiersoort is een compromis tussen de verschillende eigenschappen die men wil bekomen: opaciteit, sterkte, vergeling, witheid,...

    Omwille van de milieuvoordelen die gerecycleerd papier bieden is het belangrijk het aandeel gerecycleerde vezels te verhogen in de papiercyclus. Gerecycleerde korte vezels zorgen voor een lagere resistentie, maar tegelijkertijd ook voor een goede opaciteit. De kwaliteit van gerecycleerde papierwaren wordt in het productieproces steeds gewaarborgd. Momenteel is het gebruik van gerecycleerd papier nog veel te laag. Zeker wat het kopieerpapier betreft. Daarvan zijn 100% gerecycleerde producten slechts goed voor ongeveer 2% van de Europese markt. Dat kan veel beter: door oud papier goed in te zamelen en vooral door meer gerecycleerde papierwaren te kopen in plaats van papier uit verse vezels.


    Wat betekenen TCF, ECF en PCF?

    Vroeger werd papier gebleekt met chloor in de vorm van chloorgas. Omdat dit het milieu erg belast is men gaan uitkijken naar alternatieven:

    • Papier dat gebleekt wordt met stoffen op basis zuurstof is te verkiezen. Dit gebeurt met stoffen als waterstofperoxide, ozon of zuiver zuurstof. Dergelijk papier krijgt het predikaat TCF mee, wat staat voor totally chlorine free, totaal chloorvrij. Bij het bleken van TCF-papier worden noch chloor, noch chloorderivaten toegepast. Wanneer gerecycleerde vezels zonder chloor(gas) of chloordioxide gebleekt worden, wordt over PCF (processed chlorine free) gesproken i.p.v. TCF. Men gebruikt deze afwijkende term omdat voor de gerecycleerde vezels niet gegarandeerd kan worden dat er in de vorige toepassing van de vezels geen chloor(gas) of chloordioxide gebruikt werden.
    • Papier gebleekt met chloordioxide noemt men ECF-gebleekt, wat staat voor elementary chlorine free, elementair chloorvrij. Hier wordt geen chloor, maar wel chloorverbindingen toegepast. Deze methode is al heel wat milieusparender dan bleken met chloor, maar is nog steeds milieubelastend.

    Ongebleekt papier is het minst milieubelastend, maar komt minder vaak voor.


    Wat verstaat men onder 'houtvrij' en 'houthoudend' papier?

    Er bestaat enige verwarring rond de termen houthoudend en houtvrij.

    Houtvrij papier wil helemaal niet zeggen dat het papier niet gemaakt is van hout, integendeel, men heeft eigenlijk dubbel zoveel hout nodig om hetzelfde volume papier te maken dan bij houthoudend papier.

    Houtvrij papier wordt gemaakt van chemische pulp. Voor het produceren van chemische pulp moet de pure cellulosevezel vrij worden gemaakt, en dat betekent dat ook de lignine moet worden verwijderd. Hout bestaat ongeveer uit 50% cellulose (de basis voor papier) en 50% andere stoffen, waarvan het grootste gedeelte lignine. Het hout wordt in dit proces eerst gekookt in een vloeistof met chemische toevoegingen. De opbrengst bij deze methode ligt rond de 50%. De op deze manier vrijgemaakte vezels zijn volledig intact en bijzonder schoon. De resulterende pulp wordt houtvrij genoemd. Dus er wordt wel degelijk hout gebruikt en zelfs dubbel zoveel dan bij houthoudend papier.

    Houthoudend papier daarentegen wordt gemaakt van mechanische pulp. In het geval van mechanische pulp wordt de vezelstof gemaakt door het hout te vermengen met water en te vermalen tegen een sneldraaiende steen. De opbrengst ligt bij deze methode rond de 95%. Mechanische pulp wordt houthoudende pulp genoemd. Het nadeel van deze methode is dat het veel lignine bevat dat een lichtgele kleur geeft aan het papier.


    Welke bleekmethode is het minst milieubelastend?

    Papier kan wel of niet gebleekt worden. Als het gebleekt wordt kan dit met stoffen op basis van chloor of met stoffen op basis van zuurstof.

    1. Het spreekt voor zich dat papier niet bleken het minst schadelijk is.
    2. Papier gebleekt zonder chloor of chloorderivaten (TCF-gebleekt) is de minst milieubelastende bleekmethode. Hiervoor worden stoffen als waterstofperoxide, ozon of zuiver zuurstof gebruikt.
    3. Papier gebleekt met chloorderivaten (ECF-gebleekt) is ongewenst.
    4. Papier gebleekt met chloor is het meest milieubelastend. Gelukkig wordt dit zo goed als niet meer toegepast.


    Zit er nog chloor (dioxide) in gerecycleerd papier?

    Dat is wel degelijk zo, ja

    Wanneer oud gebleekt papier wordt gerecycleerd bevat dit altijd chloor (dioxide) restanten. Er bestaat namelijk geen procede om chloor uit het oude papier te halen tijdens of voor het recyclage proces.


    Waarvoor worden optische witmakers aan papier toegevoegd?

    Optische witmakers zijn chemische stoffen die toegevoegd worden aan het papier om een mooie witte kleur te krijgen. Het zijn stoffen die het ultraviolet licht omzetten in blauw licht. Voorbeelden van optische witmakers zijn titaanwit en bariumsulfaat (blancfixe). Optische witmakers zijn slecht afbreekbaar en een onnodige belasting van het milieu.


    Wat wordt bedoeld met postconsumptie vezels?

    Postconsumptie oud papier is gebruikt papier dat ingezameld werd bij huishoudens, kantoren en drukkerijen. In tegenstelling daarmee werd preconsumptie oud papier, afkomstig van papierverwerkende fabrieken of drukkerijen, nog niet daadwerkelijk gebruikt (het bestaat uit restpapier en onbedrukt snijafval). Omdat preconsumptie oud papier al van oudsher terug in het productieproces ingebracht wordt, bestaat er geen afvalprobleem. Bijgevolg houdt het gebruik van preconsumptie oud papier geen enkele (extra) milieuverdienste in.


    Wat zijn de midden- en ondersoorten?

    Oud papier van de middensoorten worden gevormd door gesorteerde kranten, houthoudend kantoorafval, (licht) gekleurd papier,… Ondersoorten bestaan uit ongesorteerd huishoudelijk papierafval, gekleurde tijdschriften, karton. De betere soorten oud papier bestaan uit wit, houtvrij (licht) bedrukt of beschreven kantoorafval. Dit criterium voorkomt dat de midden- en ondersoorten buiten het recyclageproces gehouden worden.


    Hoe kom ik te weten hoe wit het papier is?

    De witheid van papier is niet enkel van belang voor de leesbaarheid, maar ook in verband met het kopiëren van het bedrukte papier. De witheid van papier wordt bepaald aan de hand van ISO normen 11475 & 11476. De ISO-norm voor witheid van papier hanteert een percentage als eenheid. Hoe hoger dat percentage, hoe witter het papier. 60% witheid is voldoende; 80% is comfortabel en alles wat erboven ligt is luxe en zeker niet noodzakelijk om de leesbaarheid te bevorderen.

    Papier waar optische witmakers aan toegevoegd zijn, kan een witheid van meer dan 100% hebben. Dit komt omdat optische witmakers straling uit het onzichtbare ultraviolette deel van het spectrum omzetten in zichtbaar blauw licht. Hierdoor wordt er meer zichtbaar licht gereflecteerd dan er op het paier inviel. Dergelijke optische witmakers zorgen er voor dat de blauwe toon in wit groter wordt. Dit geeft een gevoel van verhoging van de witheid. Dit wordt bevestigd door de witheidsformules, die gebaseerd zijn op de menselijk waarneming, zoals de CIE-witheidsformule. De ISO-Brightness meet de witheid zelfs aan hand van de reflectiewaarde bij 457nm. Deze golflengte ligt in het blauwe gedeelte van het zichtbare spectrum.

    Naast witheid, kan u ook vragen naar de helderheid van papier. Dit is gelijkaardig aan de witheid, alleen is de meetmethode hierbij zodanig dat de effecten van optische witmakers en andere factoren worden uitgeschakeld. Bij het meten van witheid spelen deze factoren wel een rol. De helderheid van papier wordt bepaald aan de hand van norm ISO 2470. Technisch gesproken is helderheid de hoeveelheid licht die gereflecteerd wordt van op de papieroppervlakte in vergelijking met de hoeveelheid blauw licht (van 457-nanometers golflengte) die het oppervlak raakt.


    Hoe weet ik of papier geschikt is voor lange bewaring?

    Sommige documenten moeten gedurende langere tijd bewaard worden. De Duitse norm DIN 6738-92 regelt de verouderingsbestendigheid. Papier wordt volgens deze norm ingedeeld in 4 klassen:

    • LDK 24-85 (best): perfect verouderingsbestendig;
    • LDK 12-80: enkele honderden jaren houdbaar;
    • LDK 6-70;
    • LDK 6-40 (slechtst).

    Voor gewone teksten en verslagen volstaat LDK 6-70. Voor te archiveren documenten volstaat LDK 12-80; voor museumstukken is LDK 24-85 optimaal.

    Een andere (internationale) norm met betrekking tot houdbaarheid van papier is de norm ISO 9706. Papier dat hieraan voldoet is minstens 100 jaar houdbaar.


    Hoe kom ik te weten hoe doorschijnend het papier is?

    Hoe hoger de opaciteit, hoe minder doorschijnend het papier is. Opaciteit speelt voornamelijk mee bij lagere gramgewichten. Tekst kan door de andere zijde van het papier gaan doorschijnen. Meestal geeft men de voorkeur aan papier met een hoge opaciteit, omdat dit de drukkwaliteit en de leesbaarheid ten goede komt. Het drukbeeld schijnt dan minder door. De mate van ondoorlatendheid is belangrijk om bijvoorbeeld recto verso te kunnen kopiëren. De opaciteit van papier wordt bepaald aan de hand van norm ISO 2471.

    Gesatineerd papier is vaak doorzichtiger dan niet gesatineerd papier van het zelfde gramsgewicht. Ook gebruik van vul- en lijmstoffen, de keuze van de vezel (houthoudend, houtvrij, kringloop) en de maling (hoe langer, hoe 'vetter', dus hoe opaker) spelen een rol. Recyclagepapier heeft het voordeel dat vaak ook bij lichtgewicht papier nog recto verso gewerkt kan worden, vanwege een hoge opaciteit.


    Wat houdt ISO 14001 in?

    ISO, de International Standards Organisation, heeft voor bedrijven een serie van standaards en richtlijnen ontwikkeld met betrekking tot milieu die bekend staan als de EN ISO 14000 serie. De bekendste daarvan is de ISO 140001 standaard. Europa heeft overigens zijn eigen milieu-standaard (EMAS) die verder gaat dan de ISO 14001-norm.
    Omdat de ISO-standaard 140001 enkel het opzetten van een milieumanagement-systeem inhoudt en geen absolute doelstellingen stelt (het zegt niets over de behaalde resultaten op vlak van milieucriteria), is het hebben van het ISO 140001 certificaat voor BBL zeker niet slecht, maar ook niet voldoende om te zeggen dat een bedrijf een deugdelijk milieubeleid heeft en veel inspanningen doet voor het milieu.
    Meer info op www.iso.ch


    Welk bindsysteem is het meest milieusparend?

    Kies voor een milieusparend bindsysteem. Pagina´s kunnen bijeen gehouden worden door hervulbare ringen, in een (ring)map, met nietjes, met een spiraalbinding of met lijm.

    Tip: wanneer lijm gebruikt wordt om papier bij elkaar te houden, kies dan voor water als oplosmiddel. Producten met water zijn echter niet lang houdbaar, zodat bewaarmiddelen moeten toegevoegd worden. Op de tweede plaats kan ethanol gebruikt worden. Het is een relatief onschadelijk oplosmiddel. Lijm met organische oplosmiddelen worden beter uitgesloten:

    • Bij gebruik van benzine als oplosmiddel worden meestal brandremmers toegevoegd. De brandremmer halon moet daarbij vermeden worden
    • Tolueen en xyleen zijn schadelijk bij inademing
    • Benzeen is giftig bij inademing en aanraking met de huid. Het is een stof met een carcinogene werking

    Voor alle papierproducten geldt in de eerste plaats: kies voor gerecycleerde vezels of vezels uit duurzaam beheerde bossen en voor een milieusparende blekingsmethode zonder gebruik van chloorhoudende bleekmiddelen. De keuze van het bindsysteem heeft relatief gezien een veel kleinere impact op het milieu en is daarom geen uitsluitend criterium meer op de Milieukoopwijzer. Maar als je de keuze hebt, kan je je uiteraard laten leiden door bovenstaande tips.


    Welke kaft is het meest milieusparend?

    Voor alle papierproducten geldt in de eerste plaats: kies voor gerecycleerde vezels of vezels uit duurzaam beheerde bossen en voor een milieusparende blekingsmethode zonder gebruik van chloorhoudende bleekmiddelen. Deze criteria gelden ook voor de kaft. Indien je wil, kan je echter ook letten op de details.

    Aangezien in de recyclage van papier en karton zoveel mogelijk naar monoproducten wordt gestreefd krijgt een kartonnen kaft zonder hoes de voorkeur. Veldwerk, labowerk of langdurig gebruik: soms is het toch nodig om een extra stevige kaft te voorzien voor bijvoorbeeld schrijf- en cursusblokken, schriften, tekenpapier en agenda´s. In dat geval zijn beschermende kunststofhoezen wel wel aanvaardbaar. In elk geval blijven beschermende hoezen uit PVC te vermijden. Kies dan liever voor polyethyleen of polypropyleen


    Waarom is PVC af te raden?

    Van de wieg tot het graf scheidt polyvinylchloride (PVC) toxische stoffen af. Bij het aanmaken van de chemische ingrediënten van PVC (zoals het kankerverwekkende vinylchloride monomeer) komen er dioxines en verschillende andere persistente schadelijke stoffen vrij in het milieu. Deze stoffen houden zowel op lange als op korte termijn gezondheidsrisico´s in.

    Chloor is een van de belangrijkste grondstoffen die nodig zijn voor de aanmaak van PVC. Deze giftige stof wordt vervoerd in speciale treinen. Een ongeluk zou een ramp betekenen.

    PVC materialen bevatten vaak toxische additieven als zware metalen of ftalaten. De additieven geven het PVC bepaalde eigenschappen (stabiliteit, hardheid, enz).

    Deze stoffen kunnen na verloop van tijd uitlogen: ze komen los uit het PVC en spoelen met het regenwater de bodem of het oppervlaktewater in. Daarom is storten van PVC-afval dus geen optie. Verbranden is minstens even milieuschadelijk: als PVC brandt komen er dioxines, zoutzuur en zware metalen vrij.

    Recyclage dan? PVC is moeilijk te recycleren. Omwille van de verschillende additieven is de kwaliteit van gerecycleerd PVC veel minder goed dan van nieuw PVC. Bovendien wordt recyclage van andere kunststoffen ernstig belemmerd als er per ongeluk wat PVC tussen zit.


    Zijn er alternatieven voor PVC?

    Die zijn er zeker. Waar natuurlijke materialen niet mogelijk zijn, kan je kiezen voor materialen uit polyethyleen (PE) of polypropyleen (PP) als alternatief voor PVC. PE en PP bevatten veel minder schadelijke additieven, worden gemaakt op petroleumbasis en niet op basis van het gevaarlijke chloor en zijn ook makkelijker en voor 100% recycleerbaar.



    terug naar boven