Advies over het federale aankoopbeleid van duurzaam gewonnen hout (Omzendbrief FRDO - Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, 8 juli 2005)
Wat is het beste: papier dat voldoet aan de criteria van het FSC-label of gerecycleerd papier?
100% gerecycleerd papier is te verkiezen boven papier dat voldoet aan de criteria van het FSC-label. Hoe minder bomen er geveld worden, hoe beter! Papier dat voldoet aan de criteria van het FSC-label blijft wel een betere keuze dan papier met vezels afkomstig uit niet-duurzaam beheerde bossen.
Waarom is gerecycleerd papier milieuvriendelijker?
Vanuit milieuoogpunt is kringlooppapier de beste keuze, en dit volgens diverse criteria:
- grondstoffen: de vezels zijn afkomstig uit oud papier. Dit spaart hout, vermijdt grondgebruik door boomplantages en helpt de afvalberg verkleinen. Bij wit papier gewonnen uit verse houtpulp, wordt slechts 50% van het hout als grondstof aangewend.
- bleekmethode: kringlooppapier is altijd (uitzonderingen daargelaten) totaal chloorvrij gebleekt.
- energie- en chemicaliëngebruik: voor de omzetting van oud papier tot pulp is beduidend minder energie nodig en de vervuilende emissies in lucht en water blijven beperkt, omdat vezels uit oud papier veel gemakkelijker kunnen ontsloten worden.
Hoe vaak kan je een papiervezel recycleren?
Papiervezels kunnen meerdere malen (2 tot 5 maal) gerecycleerd worden. Maar elke keer een vezel het recyclageproces ondergaat wordt hij iets korter waardoor hij aan stevigheid inboet. In het recyclageproces worden telkens de kortste vezels weggezeefd en de langste behouden. Bij elke recyclagebeurt zijn er 5 % tot 20 % van de vezels die inkrimpen of stukgaan. Een deel van de vezels zal dus al bij de eerste recyclagebeurt verloren gaan, en andere zullen het misschien ettelijke keren volhouden. Als je de totale cyclus bekijkt van al het recyclagepapier is er dus een instroom nodig van verse vezels. Als deze verse vezels afkomstig zijn van duurzaam beheerde bossen, is de milieusparende cirkel rond.
In de huidige context komen verse vezels meer dan voldoende de cyclus binnen, hoofdzakelijk via de grafische papieren (kopieerpapier, tijdschrijften, allerlei publicaties), maar de industrie voegt ook verse vezels toe aan krantenpapier, huishoudelijk papier en karton. Elke papiersoort is een compromis tussen de verschillende eigenschappen die men wil bekomen: opaciteit, sterkte, vergeling, witheid,...
Omwille van de milieuvoordelen die gerecycleerd papier bieden is het belangrijk het aandeel gerecycleerde vezels te verhogen in de papiercyclus. Gerecycleerde korte vezels zorgen voor een lagere resistentie, maar tegelijkertijd ook voor een goede opaciteit. De kwaliteit van gerecycleerde papierwaren wordt in het productieproces steeds gewaarborgd. Momenteel is het gebruik van gerecycleerd papier nog veel te laag. Zeker wat het kopieerpapier betreft. Daarvan zijn 100% gerecycleerde producten slechts goed voor ongeveer 2% van de Europese markt. Dat kan veel beter: door oud papier goed in te zamelen en vooral door meer gerecycleerde papierwaren te kopen in plaats van papier uit verse vezels.
Wat betekenen TCF, ECF en PCF?
Vroeger werd papier gebleekt met chloor in de vorm van chloorgas. Omdat dit het milieu erg belast is men gaan uitkijken naar alternatieven:
- Papier dat gebleekt wordt met stoffen op basis zuurstof is te verkiezen. Dit gebeurt met stoffen als waterstofperoxide, ozon of zuiver zuurstof. Dergelijk papier krijgt het predikaat TCF mee, wat staat voor totally chlorine free, totaal chloorvrij. Bij het bleken van TCF-papier worden noch chloor, noch chloorderivaten toegepast. Wanneer gerecycleerde vezels zonder chloor(gas) of chloordioxide gebleekt worden, wordt over PCF (processed chlorine free) gesproken i.p.v. TCF. Men gebruikt deze afwijkende term omdat voor de gerecycleerde vezels niet gegarandeerd kan worden dat er in de vorige toepassing van de vezels geen chloor(gas) of chloordioxide gebruikt werden.
- Papier gebleekt met chloordioxide noemt men ECF-gebleekt, wat staat voor elementary chlorine free, elementair chloorvrij. Hier wordt geen chloor, maar wel chloorverbindingen toegepast. Deze methode is al heel wat milieusparender dan bleken met chloor, maar is nog steeds milieubelastend.
Ongebleekt papier is het minst milieubelastend, maar komt minder vaak voor.
Wat verstaat men onder 'houtvrij' en 'houthoudend' papier?
Er bestaat enige verwarring rond de termen houthoudend en houtvrij.
Houtvrij papier wil helemaal niet zeggen dat het papier niet gemaakt is van hout, integendeel, men heeft eigenlijk dubbel zoveel hout nodig om hetzelfde volume papier te maken dan bij houthoudend papier.
Houtvrij papier wordt gemaakt van chemische pulp. Voor het produceren van chemische pulp moet de pure cellulosevezel vrij worden gemaakt, en dat betekent dat ook de lignine moet worden verwijderd. Hout bestaat ongeveer uit 50% cellulose (de basis voor papier) en 50% andere stoffen, waarvan het grootste gedeelte lignine. Het hout wordt in dit proces eerst gekookt in een vloeistof met chemische toevoegingen. De opbrengst bij deze methode ligt rond de 50%. De op deze manier vrijgemaakte vezels zijn volledig intact en bijzonder schoon. De resulterende pulp wordt houtvrij genoemd. Dus er wordt wel degelijk hout gebruikt en zelfs dubbel zoveel dan bij houthoudend papier.
Houthoudend papier daarentegen wordt gemaakt van mechanische pulp. In het geval van mechanische pulp wordt de vezelstof gemaakt door het hout te vermengen met water en te vermalen tegen een sneldraaiende steen. De opbrengst ligt bij deze methode rond de 95%. Mechanische pulp wordt houthoudende pulp genoemd. Het nadeel van deze methode is dat het veel lignine bevat dat een lichtgele kleur geeft aan het papier.
Welke bleekmethode is het minst milieubelastend?
Papier kan wel of niet gebleekt worden. Als het gebleekt wordt kan dit met stoffen op basis van chloor of met stoffen op basis van zuurstof.
- Het spreekt voor zich dat papier niet bleken het minst schadelijk is.
- Papier gebleekt zonder chloor of chloorderivaten (TCF-gebleekt) is de minst milieubelastende bleekmethode. Hiervoor worden stoffen als waterstofperoxide, ozon of zuiver zuurstof gebruikt.
- Papier gebleekt met chloorderivaten (ECF-gebleekt) is ongewenst.
- Papier gebleekt met chloor is het meest milieubelastend. Gelukkig wordt dit zo goed als niet meer toegepast.
Zit er nog chloor (dioxide) in gerecycleerd papier?
Dat is wel degelijk zo, ja
Wanneer oud gebleekt papier wordt gerecycleerd bevat dit altijd chloor (dioxide) restanten. Er bestaat namelijk geen procede om chloor uit het oude papier te halen tijdens of voor het recyclage proces.
Waarvoor worden optische witmakers aan papier toegevoegd?
Optische witmakers zijn chemische stoffen die toegevoegd worden aan het papier om een mooie witte kleur te krijgen. Het zijn stoffen die het ultraviolet licht omzetten in blauw licht. Voorbeelden van optische witmakers zijn titaanwit en bariumsulfaat (blancfixe). Optische witmakers zijn slecht afbreekbaar en een onnodige belasting van het milieu.
Wat wordt bedoeld met postconsumptie vezels?
Postconsumptie oud papier is gebruikt papier dat ingezameld werd bij huishoudens, kantoren en drukkerijen. In tegenstelling daarmee werd preconsumptie oud papier, afkomstig van papierverwerkende fabrieken of drukkerijen, nog niet daadwerkelijk gebruikt (het bestaat uit restpapier en onbedrukt snijafval). Omdat preconsumptie oud papier al van oudsher terug in het productieproces ingebracht wordt, bestaat er geen afvalprobleem. Bijgevolg houdt het gebruik van preconsumptie oud papier geen enkele (extra) milieuverdienste in.
Wat zijn de midden- en ondersoorten?

Oud papier van de middensoorten worden gevormd door gesorteerde kranten, houthoudend kantoorafval, (licht) gekleurd papier,… Ondersoorten bestaan uit ongesorteerd huishoudelijk papierafval, gekleurde tijdschriften, karton. De betere soorten oud papier bestaan uit wit, houtvrij (licht) bedrukt of beschreven kantoorafval. Dit criterium voorkomt dat de midden- en ondersoorten buiten het recyclageproces gehouden worden.
Hoe kom ik te weten hoe wit het papier is?
De witheid van papier is niet enkel van belang voor de leesbaarheid, maar ook in verband met het kopiëren van het bedrukte papier. De witheid van papier wordt bepaald aan de hand van ISO normen 11475 & 11476. De ISO-norm voor witheid van papier hanteert een percentage als eenheid. Hoe hoger dat percentage, hoe witter het papier. 60% witheid is voldoende; 80% is comfortabel en alles wat erboven ligt is luxe en zeker niet noodzakelijk om de leesbaarheid te bevorderen.
Papier waar optische witmakers aan toegevoegd zijn, kan een witheid van meer dan 100% hebben. Dit komt omdat optische witmakers straling uit het onzichtbare ultraviolette deel van het spectrum omzetten in zichtbaar blauw licht. Hierdoor wordt er meer zichtbaar licht gereflecteerd dan er op het paier inviel. Dergelijke optische witmakers zorgen er voor dat de blauwe toon in wit groter wordt. Dit geeft een gevoel van verhoging van de witheid. Dit wordt bevestigd door de witheidsformules, die gebaseerd zijn op de menselijk waarneming, zoals de CIE-witheidsformule. De ISO-Brightness meet de witheid zelfs aan hand van de reflectiewaarde bij 457nm. Deze golflengte ligt in het blauwe gedeelte van het zichtbare spectrum.
Naast witheid, kan u ook vragen naar de helderheid van papier. Dit is gelijkaardig aan de witheid, alleen is de meetmethode hierbij zodanig dat de effecten van optische witmakers en andere factoren worden uitgeschakeld. Bij het meten van witheid spelen deze factoren wel een rol. De helderheid van papier wordt bepaald aan de hand van norm ISO 2470. Technisch gesproken is helderheid de hoeveelheid licht die gereflecteerd wordt van op de papieroppervlakte in vergelijking met de hoeveelheid blauw licht (van 457-nanometers golflengte) die het oppervlak raakt.
Hoe weet ik of papier geschikt is voor lange bewaring?
Sommige documenten moeten gedurende langere tijd bewaard worden. De Duitse norm DIN 6738-92 regelt de verouderingsbestendigheid. Papier wordt volgens deze norm ingedeeld in 4 klassen:
- LDK 24-85 (best): perfect verouderingsbestendig;
- LDK 12-80: enkele honderden jaren houdbaar;
- LDK 6-70;
- LDK 6-40 (slechtst).
Voor gewone teksten en verslagen volstaat LDK 6-70. Voor te archiveren documenten volstaat LDK 12-80; voor museumstukken is LDK 24-85 optimaal.
Een andere (internationale) norm met betrekking tot houdbaarheid van papier is de norm ISO 9706. Papier dat hieraan voldoet is minstens 100 jaar houdbaar.
Hoe kom ik te weten hoe doorschijnend het papier is?
Hoe hoger de opaciteit, hoe minder doorschijnend het papier is. Opaciteit speelt voornamelijk mee bij lagere gramgewichten. Tekst kan door de andere zijde van het papier gaan doorschijnen. Meestal geeft men de voorkeur aan papier met een hoge opaciteit, omdat dit de drukkwaliteit en de leesbaarheid ten goede komt. Het drukbeeld schijnt dan minder door. De mate van ondoorlatendheid is belangrijk om bijvoorbeeld recto verso te kunnen kopiëren. De opaciteit van papier wordt bepaald aan de hand van norm ISO 2471.
Gesatineerd papier is vaak doorzichtiger dan niet gesatineerd papier van het zelfde gramsgewicht. Ook gebruik van vul- en lijmstoffen, de keuze van de vezel (houthoudend, houtvrij, kringloop) en de maling (hoe langer, hoe 'vetter', dus hoe opaker) spelen een rol. Recyclagepapier heeft het voordeel dat vaak ook bij lichtgewicht papier nog recto verso gewerkt kan worden, vanwege een hoge opaciteit.
Wat houdt ISO 14001 in?
ISO, de International Standards Organisation, heeft voor bedrijven een serie van standaards en richtlijnen ontwikkeld met betrekking tot milieu die bekend staan als de EN ISO 14000 serie. De bekendste daarvan is de ISO 140001 standaard. Europa heeft overigens zijn eigen milieu-standaard (EMAS) die verder gaat dan de ISO 14001-norm.
Omdat de ISO-standaard 140001 enkel het opzetten van een
milieumanagement-systeem inhoudt en geen absolute doelstellingen stelt (het
zegt niets over de behaalde resultaten op vlak van milieucriteria), is het
hebben van het ISO 140001 certificaat voor BBL zeker niet slecht, maar ook
niet voldoende om te zeggen dat een bedrijf een deugdelijk milieubeleid heeft en veel inspanningen doet voor het milieu.
Meer info op www.iso.ch
Welk bindsysteem is het meest milieusparend?
Kies voor een milieusparend bindsysteem. Pagina´s kunnen bijeen gehouden worden door hervulbare ringen, in een (ring)map, met nietjes, met een spiraalbinding of met lijm.
Tip: wanneer lijm gebruikt wordt om papier bij elkaar te houden, kies dan voor water als oplosmiddel. Producten met water zijn echter niet lang houdbaar, zodat bewaarmiddelen moeten toegevoegd worden. Op de tweede plaats kan ethanol gebruikt worden. Het is een relatief onschadelijk oplosmiddel. Lijm met organische oplosmiddelen worden beter uitgesloten:
- Bij gebruik van benzine als oplosmiddel worden meestal brandremmers toegevoegd. De brandremmer halon moet daarbij vermeden worden
- Tolueen en xyleen zijn schadelijk bij inademing
- Benzeen is giftig bij inademing en aanraking met de huid. Het is een stof met een carcinogene werking
Voor alle papierproducten geldt in de eerste plaats: kies voor gerecycleerde vezels of vezels uit duurzaam beheerde bossen en voor een milieusparende blekingsmethode zonder gebruik van chloorhoudende bleekmiddelen. De keuze van het bindsysteem heeft relatief gezien een veel kleinere impact op het milieu en is daarom geen uitsluitend criterium meer op de Milieukoopwijzer. Maar als je de keuze hebt, kan je je uiteraard laten leiden door bovenstaande tips.
Welke kaft is het meest milieusparend?
Voor alle papierproducten geldt in de eerste plaats: kies voor gerecycleerde vezels of vezels uit duurzaam beheerde bossen en voor een milieusparende blekingsmethode zonder gebruik van chloorhoudende bleekmiddelen. Deze criteria gelden ook voor de kaft. Indien je wil, kan je echter ook letten op de details.
Aangezien in de recyclage van papier en karton zoveel mogelijk naar monoproducten wordt gestreefd krijgt een kartonnen kaft zonder hoes de voorkeur. Veldwerk, labowerk of langdurig gebruik: soms is het toch nodig om een extra stevige kaft te voorzien voor bijvoorbeeld schrijf- en cursusblokken, schriften, tekenpapier en agenda´s. In dat geval zijn beschermende kunststofhoezen wel wel aanvaardbaar. In elk geval blijven beschermende hoezen uit PVC te vermijden. Kies dan liever voor polyethyleen of polypropyleen
Waarom is PVC af te raden?
Van de wieg tot het graf scheidt polyvinylchloride (PVC) toxische stoffen af. Bij het aanmaken van de chemische ingrediënten van PVC (zoals het kankerverwekkende vinylchloride monomeer) komen er dioxines en verschillende andere persistente schadelijke stoffen vrij in het milieu. Deze stoffen houden zowel op lange als op korte termijn gezondheidsrisico´s in.
Chloor is een van de belangrijkste grondstoffen die nodig zijn voor de aanmaak van PVC. Deze giftige stof wordt vervoerd in speciale treinen. Een ongeluk zou een ramp betekenen.
PVC materialen bevatten vaak toxische additieven als zware metalen of ftalaten. De additieven geven het PVC bepaalde eigenschappen (stabiliteit, hardheid, enz).
Deze stoffen kunnen na verloop van tijd uitlogen: ze komen los uit het PVC en spoelen met het regenwater de bodem of het oppervlaktewater in. Daarom is storten van PVC-afval dus geen optie. Verbranden is minstens even milieuschadelijk: als PVC brandt komen er dioxines, zoutzuur en zware metalen vrij.
Recyclage dan? PVC is moeilijk te recycleren. Omwille van de verschillende additieven is de kwaliteit van gerecycleerd PVC veel minder goed dan van nieuw PVC. Bovendien wordt recyclage van andere kunststoffen ernstig belemmerd als er per ongeluk wat PVC tussen zit.
Zijn er alternatieven voor PVC?
Die zijn er zeker. Waar natuurlijke materialen niet mogelijk zijn, kan je kiezen voor materialen uit polyethyleen (PE) of polypropyleen (PP) als alternatief voor PVC. PE en PP bevatten veel minder schadelijke additieven, worden gemaakt op petroleumbasis en niet op basis van het gevaarlijke chloor en zijn ook makkelijker en voor 100% recycleerbaar.
